
En de definities en synoniemen:
| Kenmerk | Engels | Definitie | Synoniemen |
| FUNCTIONALITEIT | functionality | Mate waarin het informatiesysteem functioneel correct is | Effectiviteit |
| Geschiktheid | suitability | Mate waarin de gewenste functies aanwezig zijn en geschikt om gespecificeerde taken uit te voeren | Functionaliteit (in enge zin), Passendheid, Volledigheid, Compleetheid |
| Juistheid
| accuracy | Juistheid van de uitvoer van het systeem, overeenkomstig de invoer en de gespecificeerde bewerkingen. | Nauwkeurigheid, Plausibiliteit, Datakwaliteit |
| Koppelbaarheid | interoperability | Gemak waarmee het systeem gegevens kan uitwisselen met andere systemen | Connectiviteit |
| Functionele standaardisatie
| compliance | Mate waarin de functionaliteit en de gebruikersinterface zich conformeren aan standaarden die extern worden opgelegd (bedrijfsstandaarden, wetgeving, systeemgerelateerde afspraken) | Standaardisatie, Inschikkelijkheid |
| Beveiligbaarheid | security | Mate waarin opzettelijk of abusievelijk ongeoorloofde toegang wordt voorkomen | Beveiliging |
| Traceerbaarheid | traceability | Mate waarin herkomst en correcte verwerking van data door het systeem op verschillende momenten in de verwerking gecontroleerd kan worden | Herleidbaarheid, Controleerbaarheid |
| Localiseerbaarheid | niet in extended ISO! | Gemak waarmee het systeem op locale omstandigheden (taal, karakterset, symbolen, wetgeving) aangepast kan worden.
| Inrichtbaarheid |
| BETROUWBAARHEID | reliability | Mate waarin het systeem blijft functioneren, ook tijdens storingen |
|
| Volwassenheid | maturity | Mate waarin fouten en kinderziektes verholpen zijn en het systeem vrij blijft van storingen | Bedrijfszekerheid, Stabiliteit, Stabiliteit bij veranderingen |
| Beschikbaarheid | availability | Mate waarin het systeem op de gewenste tijden beschikbaar is voor de gebruiker |
|
| Foutbestendigheid | fault tolerance | Mate waarin het systeem bestendig is tegen bedoeld of onbedoeld onjuist gebruik en tegen fouten in aanpalende systemen | Robuustheid, Bestendigheid Fouttolerantie |
| Degradeerbaarheid | degradability | Mate waarin de essentiële functies van het systeem blijven functioneren tijdens en na storingen | Zelfherstellend vermogen, Veerkracht |
| Herstelbaarheid | recoverability | Gemak waarmee het systeem na uitval weer operationeel te maken is, zonder gegevensverlies |
|
| BRUIKBAARHEID | usability | Mate waarin het systeem geschikt is voor gebruik |
|
| Gebruikersvriendelijkheid | user friendliness | Mate waarin het product is afgestemd op de kennis en ervaring van gebruikers | Opm: dit is een apart subkenmerk, maar men kan terecht opmerken dat dit slechts een resultante is van andere subkenmerken. |
| Overzichtelijkheid | understand-ability, clarity | Gemak waarmee de gebruiker het concept en de mogelijkheden van het systeem kan overzien en vinden | Begrijpelijkheid, Begrijpbaarheid, Duidelijkheid, Toegankelijkheid |
| Leerbaarheid | learnability | Snelheid waarmee een gebruiker de functies van het systeem kan leren gebruiken |
|
| Bedienbaarheid | operability | Snelheid en gebruiksgemak voor (ervaren) gebruikers | Werkbaarheid, Gebruiksgemak, Gebruikersgemak |
| Duidelijkheid | explicitness | Mate waarin het systeem inzicht verschaft in de verwerkingsstatus (zandlopers, statusbar, …) | Inzichtelijkheid |
| Instelbaarheid | customisability | Mate waarin het systeem kan worden ingesteld op wensen van de gebruiker of de afdeling (voorkeursinstellingen, etc.) | Configureerbaarheid, Flexibiliteit, Aanpasbaarheid |
| Aantrekkelijkheid | attractiveness | Mate waarin het systeem door uiterlijk, gedrag en service, tegemoetkomt aan vaak onuitgesproken gebruikersverwachtingen, ook voor esthetiek, mode, etc. | Uitrustingsniveau, Look en feel |
| Behulpzaamheid | helpfulness | Mate waarin helpfuncties beschikbaar zijn |
|
| EFFICIENTIE | Efficiency | Mate waarin het systeem met beschikbaar gestelde middelen presteert |
|
| Tijdsbeslag | time behaviour | Responstijd, transactiesnelheid, snelheid batchverwerking | Performance, Tijdgedrag Responsiesnelheid |
| Middelenbeslag | resource behaviour | Hoeveelheid benodigde resources (netwerkcapaciteit, schijfruimte, geheugen; in- en extern) | Zuinigheid |
| OVERZETBAARHEID | Portability | Mate waarin het systeem ook goed werkt op andere hardware/platformen |
|
| Aanpasbaarheid | adaptability | Gemak waarmee het systeem overgezet kan worden naar een ander hardware/software-platform of naar een nieuwe versie daarvan | Overdraagbaarheid |
| Installeerbaarheid | installability | Snelheid en gemak waarmee het systeem ge(de)installeerd kan worden |
|
| Technische standaardisatie | conformance | Mate waarin het systeem zich houdt aan technische standaarden en afspraken, mede ten behoeve van de portabiliteit | Inschikkelijkheid, Naleving |
| Inpasbaarheid | replaceability | a. Het gemak waarmee het systeem een bestaand systeem kan vervangen b. Mate waarin het systeem aansluit bij de bedrijfsprocessen en (handmatige) procedures | Vervangbaarheid |
| ONDERHOUD- | Maintainability | Maat voor het gemak waarmee het systeem onderhouden kan worden |
|
| Analyseerbaarheid | analysability | Gemak waarmee de oorzaak van fouten opgespoord kan worden en waarmee te wijzigen onderdelen kunnen worden gevonden | Fouttraceerbaarheid |
| Wijzigbaarheid | changeability | Gemak waarmee het systeem gecorrigeerd, gewijzigd en verbeterd kan worden. | Corrigeerbaarheid, Veranderbaarheid |
| Stabiliteit | stability | Mate waarin onbedoelde effecten uitblijven na wijzigingen aan het systeem |
|
| Testbaarheid | testability | Gemak waarmee de juiste werking getest en gevalideerd kan worden |
|
| Beheerbaarheid | manageability | Gemak waarmee het systeem in operationele staat gebracht en gehouden kan worden. | Supportability, Exploiteerbaarheid |
| Herbruikbaarheid | reusability | Mate waarin (delen van) het systeem herbruikbaar zijn in andere systemen |
|
| Schaalbaarheid | niet in extended ISO! | Gemak waarmee het systeem uitgebreid kan worden bij een toenemend aantal gebruikers en behoefte aan meer snelheid, verwerkings- en opslagcapaciteit | Scalability, Uitbreidbaarheid, Extensibility |
De eerste editie van het ISO 9126 model stamt al uit 1991, toen het formeel werd vastgesteld als ISO/IEC-standaard. De nadruk ligt op de softwarematige kant en niet op de meer fysieke eigenschappen . Het model omvat de zes kwaliteitskenmerken Functionaliteit, Betrouwbaarheid, Bruikbaarheid, Efficiëntie, Onderhoudbaarheid en Overzetbaarheid. Elk kwaliteitskenmerk kent een aantal subkenmerken. Als synoniem voor kenmerken worden ook wel de termen eigenschappen, attributen of karakteristieken gebruikt.
In 1996 verscheen het onvolprezen boekje Kwaliteit van softwareproducten, dat veel heeft bijgedragen aan de popularisering van het model. Dit boekje introduceert het ‘extended ISO-model', waarin enkele eigenschappen aan het standaard ISO 9126 model zijn toegevoegd. Hiernaast ziet u de Nederlandse (SmarTEST) versie van het model, met nog twee extra sub-kenmerken: localiseerbaarheid en schaalbaarheid zijn toegevoegd omdat die in de SmarTEST praktijk gemist werden.